“De Nederlandsche bodem is nooit zonder meer een gave van de natuur geweest. Hier op het water veroverd, daar tegen het water beveiligd en overal in noeste vlijt tot ontwikkeling en vruchtbaarheid gebracht, vertegenwoordigt de vaderlandsche grond een monumentaal brok nationalen arbeid, welke de roem is van de voorgeslachten.
In lateren tijd is de diepere betekenis van dezen en allen anderen arbeid verloren gegaan, het besef daarvan was niet verankerd in het bewustzijn van ons volk. Onderworpen aan een wet van vraag en aanbod, werd de arbeid noch als plicht erkend, noch als recht gewaardeerd, arbeidsleer en arbeidsvreugde waren begrippen geworden, die niet meer leefden in de harten.
En ziehier de arbeidsdienst, welke den diepen, bevrijdenden zin van den arbeid weder tot het bezit zal maken van de Nederlandsche jeugd. Op welke wijze? Dat drukt de benaming zeer duidelijk uit: door arbeiden als dienen, door arbeid als dienst, als een offergave, ja, als eeredienst aan land en volk. De jeugd, die edelmoedig is en gaarne geeft, vindt in den Arbeidsdienst de gelegenheid de handen uit de mouwen te steken en metterdaad iets te doen voor heil van het vaderland.
Daartoe worden de jongemannen, die geschikt van lijf en leden zijn, samengebracht in kampen. Deze kampen liggen afgelegen, zoodat de bewoners zich kunnen bezinnen op zichzelf en op hun taak, ongestoord door de vele oorzaken van verstrooiing en afleiding in het moderne leven. Deze kampen zijn opgebouwd in een fraaie omgeving, waar voor allen een innig contact met de natuur gemakkelijk is. Daar wordt eenvoudig vooral gearbeid, gezamenlijk, onder kundige leiding, aan belangrijke werk van algemeen nut. En deze arbeid is voor allen gelijk. Onverschillig afkomst, ontwikkeling en bekwaamheid leeren allen de handen gebruiken, de spade hanteeren en op deze wijze tezamen iets waardevols tot stand brengen voor het geheele volk.
In deze kleine, gesloten gemeenschap van de kampen, oorden van tucht en orde, wordt het lichaam getraind en gehard door een gezond en sterkend arbeidsleven en door de beoefening van sport en spel. Verrijking van geest en gemoed wordt geboden door goede voorlichting, door ontwikkeling en ontspanning, door zang, muziek en lectuur. En heel dit aantrekkelijke kampleven is een leerschool in kameraadschap zooals de Arbeidsdienst een leerschool is voor een vlijtig, eensgezind en saamhoorig volk, dat, wat er ook gebeure, de toekomst met vast beraden blik tegemoet kan zien.”
Zo begint een wervingsfolder uit 1942 voor de in Nederland in te voeren arbeidsdienst. Deze diensten waren in een aantal omliggende landen reeds ingeburgerd. Het was bestemd voor “Alle mannelijke Nederlanders, die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. jonger dan 17 jaar en niet ouder dan 23; 2. ongehuwd; 3. gezond.” Aanmelding kan gebeuren bij alle gemeentehuizen en arbeidsbureaus en bij de staf van de Nederlandsche Arbeidsdienst in Scheveningen.
Een Nederlands idee
In beginsel werd dit idee als Nederlands idee geboren. De duur was 6 maanden. Illegale kranten kwamen al snel met artikelen over het gevaar dat de Duitse bezetter een grote vinger in de pap zou krijgen en de kampen zou gaan gebruiken om gezonde, jongens te “ronselen” voor de arbeidseinsatz, om te werk worden gesteld in Duitsland of naar het oostfront gezonden te worden. Hetgeen in 1943 en 1944 ook het geval was.
Na de Dolle Dinsdag ( 5 sept. 1944) ontstond chaos. Een flink aantal arbeidsmannen (zoals de jongens genoemd werden) nam de benen. En het kader probeerde de arbeidsdienst te reorganiseren, maar het gevolg was dat de arbeidsdienst verdween. De invloed van de Duitse bezetter was in de ogen van degenen, die ‘De Nederlandsche Arbeidsdienst’ hadden opgezet, te groot geworden en nadat er ook nog bevolen werd dat de Hitlergroet in het kamp ingevoerd moest worden, was de maat vol en de organisatie werd ontbonden. In 1945 werd het kamp ontmanteld.
In eerste instantie was de arbeidsdienst vrijwillig maar na een jaar werd het een verplichting voor alle jongens. De in de folder beloofde orde en tucht was geen loze belofte. Om de kleinste “mistappen” werden de arbeidsmannen vernederd en ten overstaande van een ieder te kijk gezet. Tot vervelends toe werd op alles en nog wat gecontroleerd en o wee, als iets niet door het kader goed werd bevonden. De schop was het gereedschap. Hiermee werden ook de exercities, die gehouden werden op het terrein, uitgevoerd. Het werk bestond uit het ontginnen van heidevelden en de boeren helpen vooral bij aardappelrooien. Later werd ook een dergelijke organisatie opgezet voor meisjes, die bij kinderrijke boerenfamilies werden ingezet.
Ook in onze gemeente werd een dergelijke kamp op 1 juni 1942 opgericht. Het werd het kamp Drouwener Zand te Drouwen, Kampnummer 133, met als erenaam: Cornelis J. Drebbel. Gasselte bezat Dobbendal (erenaam Hugo de Groot), het wel en wee beschreven door Kroezenga: “Geschiedenis van het kamp “Dobbendal” te Gasselte (uitgave Roorda). Odoorn bezat kamp nummer 135 met als kampnaam “De Hertenkei” en met als erenaam Jan Steen.
Ouderdag
In augustus 1943 werd een Ouderdag bij N.A.D. kamp te Drouwen georganiseerd. De krant “Het Vaderland” berichtte hierover op dinsdag 17 augustus 1943:
“Reeds langen tijd zijn de groene uniformen van den N.A.D. een bekende en vertrouwde verschijning in het dagelijksche leven geworden en duizenden jonge Nederlanders hebben deze uniform gedragen om hun plicht te vervullen ten opzichte van hun volk, maar desondanks bestaan er nog altijd vele verkeerde denkbeelden over den N.A.D. en menig ouder ziet den zoon met een zekeren angst naar de kampen vertrekken.
Onbekend maakt onbemind. Dat was ook de mening van den commandant van het kamp te Drouwen, onderhopman L. Gortemaker, die daarom het denkbeeld opvatte een “Ouderdag” te organiseren, waardoor de ouders der arbeidsmannen eens kennis konden maken met het leven in den kampen en met hetgeen daar wordt verricht. De verwezenlijking van dit denkbeeld bracht vele bezwaren met zich mede, immers de ligging van het kamp in het plaatsje Drouwen in Drente is oorzaak dat een eendaagsch bezoek niet mogelijk is, zoodat de kwestie van het onderdak brengen van de deelnemers onder het oog moest worden gezien, terwijl ook de voeding, enz. een bezwaar opleverde.
Onderhopman Gortemaker, rekening houdend met de uitstekende verhouding tusschen bevolking en arbeidsdienst, waagde het een beroep te doen op de boeren in de omgeving. Het resultaat hiervan was verbluffend. Practisch zonder uitzondering verklaarde men zich bereid om eenige bezoekers te huisvesten, terwijl door de boeren ook mogelijk werd gemaakt om den ouders een gemeenschappelijken maaltijd in het kamp aan te bieden. Nu kon de uitnoodiging in zee gaan en al spoedig bleek dat van de zijde der ouders groote belangstelling bestond. Jammer was het, dat door het afgekondigde verblijfsverbod de mannen op het laatste ogenblik moesten thuisblijven, doch toen dezer dagen de arbeidsmannen naar het station te Gasselte marcheerden om de gasten af te halen, bleken toch nog ruim 150 bezoekers gekomen te zijn. De terugtocht naar het kamp werd gezamenlijk gemaakt, waar spoedig allen in de eetzaal vereenigd waren. Hier sprak de commandant een kort welkomstwoord, waarna hij het programma voor de bezoekdagen toelichtte en een uiteenzetting gaf van het doel van den N.A.D. en van het leven in de kampen. Hierop volgde een gemeenschappelijke maaltijd.
’s Middags werden verschillende demonstraties gegeven.
De gemeenschapavond was het hoogtepunt van den dag. De bevolking uit de omgeving was eveneens grootendeels als gast aanwezig.
Den volgenden morgen werd de vlaggenparade bijgewoond door de verwanten van de arbeidsmannen die daartoe waren uitgenodigd. Na deze plechtigheid waren de arbeidsmannen den verderen dag vrij, waarbij in den morgenuren gelegenheid werd gegeven tot bezichtiging van het kamp, waarvan een druk gebruik werd gemaakt, terwijl de rest van den dag benut werd op wandelingen te maken in de mooie omgeving van het kamp.
Laat in den middag vertrokken de meeste gasten huiswaarts, met een beter idee van den Arbeidsdienst en, voor zoover noodig, gerustgesteld omtrent het familielid.
Het behoeft geen betoog, dat dergelijke bezoeken wel het beste middel zijn om alle misverstanden over den N.A.D. weg te nemen, verklaarde ons ten slotte nog de commandant van het kamp, doch deze zijn alleen mogelijk door de medewerking van de bevolking. Die medewerking heb ik ten volle verkregen en alleen daardoor is het mogelijk geweest om aan niet minder dan 171 personen, afkomstig uit Utrecht, Amersfoort, Amsterdam, Den Haag, Arnhem, ’s Hertogenbosch, enz. nachtverblijf, enz. te verschaffen. Een woord van dank aan de boeren is dan ook zeker op zijn plaats, evenals aan de kaderleden, die een massa werk moesten verzetten om de geheele organisatie vlot te doen verloopen.”
Arbeidsmannen oogsten
(Breen: De Nederlandsche Arbeidsdienst); pag 257:
“Vanaf het moment dat de aardappeloogst was aangebroken werden de arbeidsmannen daarbij ingezet. Het was van het hoogste belang voor de voedselvoorziening dat elke aardappel die in de grond zat, er ook werd uitgehaald. Het op lange termijn nuttige ontginningswerk op de hei bleef stilliggen omdat de aardappeloogst op dat moment belangrijker was.
(pag 261): In totaal oogsten de arbeidsmannen in het najaar van 1943 maar liefst 74.000 ton aardappele. (..) Er werd zelfs een wedstrijd uitgeschreven tussen de verschillende kampen, wie de meeste aardappelen oogstte. Kamp Odoorn won deze wedstrijd, direct gevolgd door Gasselte, Borger (Drouwenerzand) en Sellingen. De prijs was een extra hoeveelheid aardappelen om als extra rantsoen toe te voegen aan de dagelijkse portie in de eetzaal. Dat de kampleidingen deze prijs met graagte accepteerden, geeft aan hoe karig de rantsoenen waren voor de hardwerkende arbeidsmannen”.
Zomerfeest
(uit: Kroezenga: Geschiedenis van “Dobbendal”).
“Ter gelegenheid van het feit, dat de zomerlichting de helft van de diensttijd er op had zitten, werd er door de verschillende kampen een zogenaamd zomerfeest georganiseerd. Een dergelijk feest bood dan meteen de mogelijkheid om op een ongedwongen manier contact te leggen met de plaatselijke bevolking.
De jaarmarkt van Borger op 25 augustus 1942 werd door het kamp “Drouwenerzand” te Drouwen bij uitstek geschikt geacht om daaraan extra luister bij te zetten door het organiseren van het zomerfeest. Ook het kamp “Dobbendal” van Gasselte zou hieraan zijn medewerking verlenen. In totaal zouden er dan ongeveer 250 arbeidsmannen aan dit evenement deelnemen. (Dit aantal betekende dat de beide kampen slechts voor 65% bezet waren!! Kr) Het zomerfeest begon ’s middags met een defilé, dat vanaf de stoep voor het gemeentehuis door de burgemeester van Borger werd afgenomen in tegenwoordigheid van tal van hoge kaderleden van de Arbeidsdienst en van verschillende burgerlijke autoriteiten.
Voorafgegaan door de stafmuziek uit Den Haag marcheerden de mannen van de beide kampen voorbij op weg naar het feestterein.
Onder grote publieke belangstelling gaven zij daar diverse sportdemonstraties. Daarna stonden er wedstrijden op het programma, waaraan ook het publiek kon deelnemen.
Een speciale attractie vormde een touwtrekwedstrijd tussen een team kaderleden en een team flink uit de kluiten gewassen Borgerders. Onder groot gejoel van de arbeidsmannen verloren de kaderleden. Onder de bedrijven door speelde de stafmuziek bekende wijsjes en gaf daarmee een extra feestelijk tintje aan het hele gebeuren. Ook voor de kinderen van de lagere scholen van Borger, Drouwen en Gasselte waren verschillende spelletjes georganiseerd en voor elk kind was er een tractatie.
Tot besluit van dit zomerfeest was er met de genodigden, die over beide kampen werden verdeeld, een goed verzorgde feestmaaltijd.
Korpscommandant, arbeidsleider van Raan schreef in zijn rapport van 1 september 1942: “Het zomerfeest in Borger van de kampen Drouwen en Gasselte is zeer goed geslaagd en het contact met de bevolking was goed”.
Het is bij dit ene zomerfeest gebleven. Naderhand werd er aan het verstrijken van de helft van de diensttijd (naar buiten toe althans) geen aandacht meer geschonken.”
Enkele berichten:
24 maart 1945: Oberarbeitsleiter Piltz komt met Hopman Heine van de Nederlandse Arbeidsdienst [N.A.D.] en de Oostlander Wegenhagen naar Borger om maatregelen te nemen voor de bouw van stellingen langs de Hondsrug. Zij zijn reeds te Drouwen geweest, waar 140 N.A.D.-ers zullen komen. Te Buinen moeten 400 man onderdak, te Ees 200.
29 maart 1945:’s Middags komt te Borger bericht, dat de voorgenomen inkwartiering van N.A.D.-ers te Drouwen niet door zal gaan. De troep zal naar Nieuw-Buinen gaan.
Bronnen:
Gemeentearchief Borger-Odoorn: dossier 1181 N.A.D.
W.F. van Breen: De Nederlandsche Arbeidsdienst 1940-1945. (Walburg Pers)
J. Kroezenga: De Nederlandsche Arbeidsdienst in de Tweede Wereldoorlog
Ondertitel: Geschiedenis van het kamp “Dobbendal” te Gasselte.
Bontekoe: Drentsche kroniek van het bevrijdingsjaar.
0 reacties