Manege Borger

Levensloop Gien

Gien Smeenge was een goed mens. Ze had veel waardering voor de mensen die haar hielpen bij het werk in de manege en dat liet ze ook blijken. Er was wel één voorwaarde: de paarden en pony’s kwamen op de eerste plaats. Daar moest alles voor wijken en mensen met deze instelling hadden het goed bij haar. Het aantal paarden en pony’s nam overigens met de jaren toe, want ze kon er geen afscheid van nemen.

In Borger werd Gien Smeenge toch wel als een “aparte” gezien. Ze was met haar excentrieke verschijning en de grote Amerikaanse Chevrolet als vervoermiddel anders dan de gemiddelde Borgerder. Gien Smeenge-Drenthe heeft het niet altijd gemakkelijk gehad. Op jonge leeftijd moest ze al gaan werken, in de oorlog heeft ze een prominente rol in het verzet in Borger gehad en na het overlijden van de vrouw van Hendrik Smeenge nam ze de verantwoordelijkheid voor de zorg van diens kinderen en later ook dat van het bouwbedrijf op zich. Toch kon ze haar grote droom – het hebben van een manege – verwezenlijken. Naar mate de jaren echter vorderden, ging ze slechter voor zichzelf zorgen en vereenzaamde ze min of meer. Een posttraumatische depressie over de oorlog gaf daarvoor de genadeklap. De laatste 18 jaar bracht ze door in een psychiatrische kliniek.

De jonge Gien Drenthe

Luchina Drenthe werd op 7 oktober 1907 in Westdorp geboren en was het eerste kind van de 13 uit het gezin van Arend Drenthe en Jantje Meijers.

Vader Arend was van beroep landbouwer en volgens zeggen in hart en nieren een “paardenman”. Moeilijk af te richten paarden nam hij onder zijn hoede en zijn kennis over deze dieren was wijd en zijd bekend. Arend Drenthe wist ook alles af van paardenmiddelen. Hij werd zelfs gevraagd om les te geven op de Landbouwhogeschool in Wageningen, maar voelde daar helemaal niets voor: “Ei denkt toch niet dat ik Hollands proat’n goa teeg’n die snotjong’n doar”.

Arend Drenthe was naast landbouwer ook melkrijder. De paarden die hij voor zijn wagen had, boezemden veel mensen ontzag in en men bleef daar dan bij uit te buurt: “die peerd’n van Aorn’d Drenthe houw’n en biet’n”. In Ees werden de kinderen in huis geroepen als Arend Drenthe er weer eens met een wild paard voor de wagen langskwam. Hij stond erom bekend dat hij voor het mak maken de harde hand hanteerde. Paarden werden hem uiteindelijk noodlottig. Hij kwam om het leven toen hij in 1955 de dag na Kerst in de stal door een paard tegen de wand werd gedrukt en de volgende dag in het ziekenhuis overleed.

Gien Drenthe wordt Gien Smeenge

Omdat het gezin van Arend Drenthe zich gestaag uitbreidde was het noodzakelijk dat de jonge Gien uit werken ging. Daarmee werd wat geld binnengebracht en het spaarde een mond uit met het eten. Zo kwam Gien Drenthe op zeer jeugdige leeftijd aan de Hoofdstraat A14 in Borger als huishoudster terecht in het gezin van de aannemer Hendrik Smeenge en Eltje Eising. Deze waren in 1914 getrouwd en kregen 5 kinderen: Geu, Rika, Jantje, Margienie en Jan. De familie Smeenge was zeer blij met de aanwezigheid van Gien. Zij was iemand die wist van aanpakken en veel werk kon verzetten. Dat kwam prima van pas bij het aannemersbedrijf, waar grote opdrachten binnenkwamen. Smeenge bouwde vooral veel nieuwe boerderijen in Witteveen en kreeg daardoor de bijnaam: de Burgemeester van Witteveen. Na enige tijd kwam Gien bij de familie Smeenge inwonen.

Ondertussen lieten de paarden en de paardensport Gien Drenthe niet los. Ze reisde op jonge leeftijd door Europa, zag veel paardensportbedrijven en –evenementen en leerde belangrijke mensen kennen, waaronder de trainer van de Ierse equipe eind jaren 20. Ze noemde hem de “zwienevanger”, gezien de stand van zijn benen.

Op 4 januari 1930 overleed Eltje Eising in het ziekenhuis in Groningen. Naast het verdriet dat Hendrik Smeenge kende, had hij ook nog een groot probleem: de zorg voor zijn kinderen, van wie met name dochter Margienie (Gienie), die geestelijk gehandicapt was, veel aandacht behoefde. Gien Drenthe nam de moederrol op voortreffelijke wijze over, had een aanzienlijk aandeel in het functioneren van het aannemersbedrijf en was de rots in de branding binnen het gezin Smeenge. Toen in mei 1940 – net na het begin van de oorlog – Hendrik Smeenge ziek werd besloot hij om een huwelijk met Gien Drenthe aan te gaan om zo de zorg voor zijn kinderen te waarborgen. In de volksmond heette dat: “ze bint trouwd veur ’t bed”. Er is toen geen ondertrouw- tijd aangehouden, zoals wettelijk is voorgeschreven. Hierover werd natuurlijk in de buurt gesproken. In “onheilstijden”, zoals de oorlog werd gezien, bestond de mogelijkheid in een zeer kort tijdsbestek in het huwelijk te treden, mits de autoriteiten dat goedkeurden.(1) Zo gingen ze in de week van 15 tot 22 juni van dat jaar in ondertrouw en trouwden ze in diezelfde periode aan het ziekbed van Hendrik Smeenge, die gelukkig niet lang daarna weer herstelde en weer goed ter been was. In mei 1942 werd Gien Smeenge medevennoot van het bouwbedrijf Smeenge.(2)

  1. Informatie verkregen van Hidde Koornstra
  2. Kamer van Koophandel 9 mei 1942