1. Home
  2. |
  3. Artikelen
  4. |
  5. In de ban van de Wilde...

In de ban van de Wilde jacht – Leven en werk van J.H. Bergmans-Beins (1879-1948)

Door Dr. Henk Nijkeuter

Dit artikel is overgenomen uit de Zwerfsteen 2006/4.

Borger is een dorp dat in literair opzicht van grote betekenis is, Reeds in de 19e eeuw woonde en werkte hier de in Namen geboren Willem Seymour (1820-1896), die bekend werd met een gedicht over het grote hunebed. Weer later moeten we de daar de namen aan toevoegen van de bekende chroniqueur Harm Tiesing (1853-1936) en de folkloriste Johanna Hindrika Bergmans-Beins. Na de oorlog vertoefde hier tot aan zijn overlijden de dichter en schrijver Hans Heyting (1918-1992). Gerrit Kuipers geboren in Schoonoord (1918) werkte als ambtenaar in Borger en heeft veel publicaties over Drenthe op zijn naam. Thans woont en werkt Jans Polling (1946) nog in dit Hondsrugdorp. Tiesing kreeg een standbeeld en een straatnaam, Heyting kreeg een borstbeeld en Bergmans-Beins moet het met een straatnaam doen. Naar men zegt, konden Tiesing en Bergmans-Beins niet goed met elkaar overweg: Bergmans-Beins noemde Tiesing – doordat hij dikwijls verstrooide antwoorden gaf, ‘Harm Dreum’. Tiesing zou haar nogal brutaal gevonden hebben en van het predikaat ‘oes sniggeltien’ voorzien heben. Maar misschien is dit wel een hardnekkige mythe.

Op de Harm Tiesingdag in 2006 werd een nieuw boek gepresenteerd, getiteld ‘De wilde jacht. Volksvertellingen uit het oude molenhuis’. Het is een selectie van de beste volksverhalen van Bergmans-Beins. Haar volksvertellingen geven een aardig beeld van de magische wereld van het oude Drenthe. Reden genoeg om iets langer bij de schrijfster en folkloriste J.H. Bergmans-Beins stil te staan.

Johanna Bergmans-Beins

Portret van J.H. Bergmans-Beins. (Foto: Y. Bergmans). Klik om foto te vergroten.

Wie was Johanna Bergmans-Beins

Zij werd op 6 april 1879 in Borger geboren als dochter van Jan Frederik Adolf Beins en Yda Weijer. Beweerd wordt dat de familie Beins afstamt van een hugenoot die in de zestiende of zeventiende eeuw uit Frankrijk gevlucht was, maar dat is niet juist. De vader van Johanna Beins was boer en tevens molenaar; haar moeder was vroedvrouw. Na Johanna werden er nog een zoon en een dochter geboren; het gezin woonde in de (inmiddels afgebroken) ‘Beinsmeulen’ in Borger. Het Burgemeester Beinsdorp ten zuiden van Ter Apel, een van de grotere sociale woningbouwprojecten sinds 1901, is genoemd naar Johanna’s broer Frederik Adolf, die bijna vierentwintig jaar burgemeester van de gemeente Vlagtwedde is geweest.

Na het doorlopen van de lagere school in Borger, bezocht Johanna Beins de normaalschool in Assen, later in Stadskanaal. Hier behaalde ze haar akte van bekwaamheid als onderwijzeres. Ze werkte achtereenvolgens bij het lager onderwijs in Meeden (bij Veendam) en in Valthe (gemeente Odoorn); op 1 juni 1903 keerde ze terug naar Borger. Op 1 juli 1905 trouwde ze in Borger met Jan Bergmans. Nog geen twee maanden later, op 30 augustus 1905, beviel ze van een zoon, die echter op 7 oktober van dat jaar overleed. Pas op haar tweeënveertigste zou ze nog een dochter, Yda, krijgen.
Jan Bergmans was ook werkzaam in het onderwijs. Van 1902 tot 1906 werkte hij aan de school te Buinen en daarna was hij tot 1939 onderwijzer te Drouwen. Hij ging om gezondheidsredenen met vervroegd pensioen en op 11 januari 1940 vertrok het echtpaar naar Bussum, waar Johanna’s zuster Sjoukje woonde. Reeds de volgende maand overleed Jan Bergmans. Daarna bleef Johanna in Bussum wonen, maar ze kwam geregeld in Borger logeren in de Molenerf aan de Torenlaan.

Maatschappelijk betrokken

Nadat ze getrouwd was nam Bergmans- Beins ontslag uit het onderwijs en ging ze met haar echtgenoot in Drouwenwonen. Als huisvrouw zonder kinderen werd ze op veel gebieden van het maatschappelijk leven actief. In 1919 werd ze voor de Vrijzinnig Democratische Bond in de provinciale Staten van Drenthe gekozen. Zij was het eerste vrouwelijke statenlid in Drenthe. Overigens mochten vrouwen in dat jaar nog niet zelf stemmen: zij hadden alleen het passief kiesrecht. Ze behield haar zetel tot april 1923 en keerde in 1927 weer terug in de politiek. Aanvankelijk had ze een onverkiesbare plaats op de lijst gehad, maar doordat iemand uit de fractie vertrok kwam zij in aanmerking. Haar inbreng in de vergaderingen was echter zeer gering. Waar ze wel mee opviel was een verkiezingsrede die ze in het Drents hield, een unicum in die dagen. Niet het statenwerk maar het brede spectrum van maatschappelijke functies nam de meeste tijd van Bergmans-Beins in beslag. Tot eind jaren dertig was ze lid van de Voogdijraad. Voorts was ze lid van de Commissie van Bestuur van het Provinciaal Museum in Assen, hoofdbestuurslid van het Openluchtmuseum in Arnhem en bestuurslid van de vereniging Moeder en Kind. Ook had ze zitting in een subcommissie voor volkskunde van de Koninklijke Academie van Wetenschappen.

Aan de slag als schrijfster

Desondanks is Bergmans-Beins toch het bekendst geworden, of gebleven, als schrijfster. Zij schreef een veelzijdig oeuvre: essays, proza, drama en poëzie. In al deze kunstvormen gaf ze steeds weer blijk van haar voorliefde voor de Drentse volkskunde. Hiermee was ze al vroeg in aanraking gekomen: de dienstmeid op de molen van haar vader en haar vader zelf vertelden haar tijdens de lange winteravonden volksverhalen.

De Drentse boerenbruiloft

In 1908 ging ze ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de ANWB, waarvan haar man consul was, de opvoering van een oud-Drentse boerenbruiloft voorbereiden. De bedoeling was namelijk dat elke provincie op het feest met iets eigens voor de dag zou komen. Door onderzoek naar verhalen van ouderen en met behulp van oude prenten, reconstrueerde zij het verloop van een dergelijk ‘wasschup’.
Meester Crone uit Oudemolen komt de eer toe, de basis te hebben gelegd voor de opvoering van een ouderwetse Drentse boerenbruiloft, ook wel wasschup genoemd. In juli 1907 werd ter gelegenheid van het bezoek van koningin wilhelmina aan Assen een groots opgezette optocht gehouden. Daarin reed ook een Drentse wasschupswagen uit 1870 mee. Crone, zoals opgemerkt sterk geïnteresseerd in de Drentse volkskunde, verzamelde hiervoor de gegevens en het benodigde materiaal.

Johanna Bergmans-Beins

De Beinsmeulen aan de Achterweg (nu Molenstraat) in Borger. Nu loopt hier de doorgaande weg in Borger en op de achtergrond zien we de bomen aan de Torenlaan.

Johanna Bergmans-Beins

Johanna (Jo) Hinderika Bergmans-Beins

Johanna Bergmans-Beins

Jan Bergmans en Johanna Hindrika Beins

Johanna Bergmans-Beins

Johanna Bergmans-Beins en dochter Yda

In 1908 werd in Haarlem, de eerste opvoering gegeven van de boerenbruiloft, waarvoor Bergmans-Beins een grote groep spelers had weten te vinden. De hiervoor genoemde meester Crone uit Oudemolen fungeerde hierbij als neuger. Daarna ging Bergmans-Beins het spel, vooral qua costuums en teksten, verder perfectioneren. Voor het Vaderlandsch Historisch volksfeest in Arnhem in 1919 werd ze door J.T. Linthorst Homan, CdK in Drenthe, gevraagd, met haar groep de provincie te vertegenwoordigen. Dit feest, dat gehouden werd op het terrein van het Openluchtmuseum te Arnhem, werd georganiseerd door de bekende folklorist D.J. van der Ven. Het stond, zo kort na de Eerste wereldoorlog waaraan Nederland was ontsnapt, in het teken van de nationale eenheid en het benadrukken van de eigen regionale identiteit als deel van een groter geheel. De Drentse wasschupsvierders liepen mee in een optocht waarin Drenthe verder vertegenwoordigd werd door een groep die een ouderwets spinmaal uitbeeldde, een herder en een Hoogeveense kerktrommelaar. Ook dit defilé maakte indruk. Van der Ven was lovend over de costuums van de spelers, die door Bergmans-Beins uit menig ‘kistentuug’ waren gehaald: “En nu mocht het opvallen, dat die kleedij niet zoo smaakvol was als de Groningsche en Friesche, niet zoo kleurig als de Zeeuwsche, toch is niet te loochenen, dat al die mannen en vrouwen van het Drenthsche hoogplateau hun costuums droegen op een wijze, welke iedere gedachte aan een maskerade-vertooning deed vervliegen. (…) Mogen de Drenthenaren op het Arnhemsche feest de overtuiging gekregen hebben, dat zij naast andere gewestgenooten, zich onderscheiden in zeden, gewoonten, vermaken en kleedij! Moge het inzicht van den eigen gewestelijken rijkdom tot aansporing gelden om onder de nieuwe en gelukkige omstandigheden, die voor Drenthe aangebroken zijn, deze noodzakelijk te verliezen rijkdommen van den goeden ouden tijd opnieuw in gewijzigden vorm te scheppen in den moderneren geest van de komende jaren.”

Johanna Bergmans-Beins

Een groepsfoto van mannen en vrouwen in Drentse klederdracht in de omgeving van Zuidlaren. Het betreft de opvoering van een ouderwetse boerenbruiloft (wasschup) onder leiding van Johanna Hindrika Bergmans-Beins uit Borger. Zij doet zelf ook mee: ze is de derde vrouw van rechts. De namen van de andere personen zijn niet bekend.

Johanna Bergmans-Beins

Toespraak van Johanna Hindrika Bergmans-Beins tijdens een congres van de HAKA, de Handelskamer te Groningen, op de brink te Zuidlaren, waar ook een ouderwetse boerenbruiloft werd opgevoerd.

Johanna Bergmans-Beins

Boerenbruiloft in openluchttheater de Speulkoel in Borger met neuger G.J. (Gerrit) Bieze.

Het gevolg hiervan was weer dat op de landbouwfeesten in Assen van 23 tot en met 25 augustus 1921 het wasschup werd opgevoerd door niet minder dan 65 personen. Belangrijke optredens volgden, zoals in 1927 voor een delegatie van het lnternationale Antropologencongres, die een excursie naar onder meer Gieten maakte. In 1928 leidde ze een opvoering op de Drentsche Opbouw Tentoonstelling (DOTA) in Amsterdam, die van 30 maart tot en met 15 april in het Paleis voor Volksvlijt gehouden werd. Kort daarvoor had ze gecorrespondeerd met H.A. Poelman, de rijksarchivaris in Groningen, die geschreven had dat het geheel wel beschaafd zou moeten zijn. Haar reactie onderstreepte de reputatie die ze had als ‘sniggeltien’ (een snotaap, brutaal iemand): “Zoolang het wasschup onder mijn leiding was zijn er geen andere liedjes dan de door mij geleerde gezongen behalve: ‘Wij zijn allemaal bruiloftsgasten’ en dat hoort er bij. Ik heb daar ook nog naar gevraagd. Wat er later is gezongen toen enkele heeren in een auto, met name bekend, de leiding namen en op verversingen tracteerden in Gasselte en na terugkomst in Borger, heeft met het ‘wasschup’ niets te maken. Ik wijs die aanmerking dan ook nadrukkelijk af.”

Steen des aanstoots is ongetwijfeld de opvoering in Gieten geweest in het jaar daarvoor. Of liever: de nasleep ervan, toen de artiesten hun thuisreis veraangenaamden door aan te ‘leggen’ in Gasselte en een ‘nazitje’ te houden in Borger. Vervolgens werd het boerenfestijn nog nagespeeld op het congres van de ANWB in zuidlaren in 1930 en in 1938 te Amsterdam tijdens het huldeblijk aan koningin Wilhelmina ter gelegenheid van haar veertigjarig regeringsjubileum. Het laatste wasschup onder haar leiding was in 1947 te zien, toen de KRO haar voor een provinciedag in Emmen had gevraagd een boerenbruiloft te organiseren. Na haar overlijden in 1948 raakte het schouwspel enigszins in het slop. Pas in 1956 zou onder leiding van G.J. Bieze (1903-1985), die deel had uitgemaakt van de vaste spelersgroep van Bergmans-Beins, de draad weer worden opgepakt.

Dikke Verhalen aflevering over de Boerenbruiloft

Er is een Dikke Verhalen aflevering over de Boerenbruiloft gemaakt op 27 maart 2011. Bekijk hier de video.

Johanna Bergmans-Beins

Boeken van Bergmans-Beins

Aan het schrijven

Door haar onderzoek naar het wasschup raakte ze steeds meer thuis in de oude volksgebruiken in Drenthe. Hier over ging ze  in de vorm  van gedichten, verhalen en essays publiceren in het maandblad Drenthe, de NDVA, de PDAC, Eigen Volk, De Kampioen en De Wandelaar. Bekend werd haar gedicht Drenthe, laand waor ‘t aolde leven, dat door Jan Corduwener op muziek werd gezet. Het is romantisch van toonzetting, vol natuurlyriek en tevens een ode aan de informele leefwijze van de Drent. Hetgeen in de slotstrofe als volgt wordt verwoord:

Waor de bargies en stienhopen
Op de heide, groot en wied,
Spreekt op roege, stille wieze,
Van het volk oet vrogger tied;
Waor het leven slicht en eerliek,
Vrij van stieve, strakke baand,
Veur `n Drent is `t miest begeerliek
In zien eigen vrije laand.

Erkenning kreeg ook haar gedicht ‘t Diepien. en, bestaande uit drie kwatrijnen. Het gedicht is romantisch getint en beschrijft een beekje en het natuurschoon er omheen. De laatste strofe bevat een motief uit een volksverhaal. De witte wieven, die het goud aan de kant van het water bewaken, worden ten tonele gevoerd.

Voorts leverde ze dialectbijdragen aan het tijdschrift Ons Maandbericht. Hierin had ze in 1933 een vaste rubriek, getiteld Brief van Hannao van Oostermoer an heur nicht Lammechien in ‘t Zudenveld. Naast dit alles droeg ze, zeker tot en met april 1940, voor de VARA-microfoon regelmatig zelfgeschreven dialectteksten voor. Mede hierdoor werd ze ook buiten Drenthe bij een breed publiek bekend. Hoewel een veelzijdig schrijfster, was Bergmans-Beins niet in alle genres even productief. Ze schreef slechts één roman, getiteld Het bloed kruipt waar ‘ t niet gaan kan. Een vertelling uit het Drentsche boerenleven, die in 1933 door Kluwer te Deventer werd uitgegeven. Het verhaal had van 19 april 1932 tot en met 17 januari 1933 als feuilleton in de krant Salland gestaan. Ze schreef het in het Nederlands, de dialogen zijn Drentstalig (wellicht Borgerder dialect).

Over het boek ‘Het bloed kruipt waar ’t niet gaan kan

In een klein dorp bij het Hunzedal wonen de families Luten en Frieling in harmonie naast elkaar. Boer Harm Luten is een van de rijksten in het dorp; hij is getrouwd met Fennechien. Ze hebben een zoon Wiecher. Er zijn meer kinderen geweest, maar Wiecher is de enige die in leven is gebleven. Buurman Rieks Frieling is een keuterboer; hij en zijn vrouw Annechien hebben een dochter, Roelfien. Zij en Wiecher zijn als buurkinderen samen opgegroeid en daardoor erg aan elkaar gehecht. Hun vriendschap wordt liefde en zij besluiten te trouwen. Harm Luten is daar fel op tegen: Roelfien is immers de dochter van een keuter. Dit leidt tot een breuk tussen vader en zoon. Wiecher zet zijn zin door en trouwt met Roelfien. Het jonge paar trekt in bij de ouders van Roelfien. Na verloop van tijd wil bijna iedereen de oude banden weer in ere herstellen. Wiecher en Roelfien krijgen een zoon, die ze Harm noemen. Grootvader Luten laat zich echter niet vermurwen door de geboorte van zijn naamgenoot. Als Wiecher het ouderlijk huis bezoekt, kort na de geboorte van zijn zoon, wordt hij min of meer weggejaagd door zijn vader. Twee jaar later overlijdt Wiecher na een ernstige ziekte. Hij is heengegaan zonder dat zijn vader zich met hem verzoend heeft. Wat de volwassenen niet gelukt is, krijgt de kleine Harm wel voor elkaar. Zijn grootvader laat eindelijk, vertederd door het ventje ,zijn hart weer spreken. De toenadering begint met een bezoek van Harm en Fennechien aan hun schoondochter. Daarmee wordt de vrede in de familie hersteld: het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

De schrijfster eindigt haar boek met de spreuk ‘Naar waarheid gegeven, Met liefde beschreven’. Dat laatste is na lezing van de 234 pagina’s wel duidelijk. Het eerste betekent waarschijnlijk niet méér dan dat standsverschil in het algemeen vaak fnuikend werkt bij ontluikende liefde, wat ook toentertijd allang geen verrassende conclusie meer mocht heten.

De recensies waren overwegend positief. A.J. Scholte besprak de roman in de NRC. Het was haar opgevallen dat de schrijfster veel studie van de folklore van Drenthe had gemaakt. Vooral lezers die deze streek kenden zouden naar haar mening het boek daarom waarderen. Ze eindigde met: “We hopen nog meer van mevrouw Bergmans-Beins te hooren, verhalen even eenvoudig, trouwhartig en gevoelig als dit.” De Meppeler schrijver Hendrik van Dijk besprak het boek in de MC en merkte op: “Een bijzonder mooi boek. Eenvoudig en waar, boeiend van het begin tot het eind en ontroerend schoon! De schrijfster kent het boerenleven van nabij, moet het van nabij kennen om het zóó waar en juist in al zijn dagelijkschen eenvoud te kunnen beschrijven.”

J. Rasch recenseerde voor het tijdschrift Eigen Volk en vergeleek het boek met Jennechien van Aar van de Werfhorst. Laatstgenoemd werk vond hij forser en realistischer dan dat van Bergmans-Beins, maar ook haar roman had kwaliteiten. Na het overlijden van de schrijfster in 1948 noemde R.D. Mulder in een herdenkingsartikel de roman ‘een juweeltje van Drentse kunst’.

De roman werd in1992 door de stichting Het Drentse Boek heruitgegeven. Ook toen werd het waarderend besproken.

De bundel Drentsche Legenden

In 1933 verscheen eveneens haar bundel Drentsche Legenden. Verzameld en naverteld door J.H. Bergmans-Beins (Van Gorcum & Comp. te Assen). Hein Kray leverde de illustraties. Het bekende Drentse kamerlid Harm Smeenge schreef de inleiding bij de bundel. Over haar bedoelingen met de bundel heeft Bergmans-Beins zich in het voorwoord duidelijk uitgesproken: “Ik wil ze u niet verhalen, zoekend naar hun oorsprong – ik wil ze u geven zooals ik zelf ze hoorde, zooals er nog weinig leven in het Oude landschap. Ik wil ze u geven, zooals ze tot mij kwamen, de meeste verteld door mijn vader, ‘s avonds als wij bij elkaar zaten, als de wind om het oude molenhuis streek, als hij in den schoorsteen leefde en wij veilig om de helderbrandende kachel zaten. Zoo wil ik ze u geven als onze oude werkvrouw ze vertelde als wij bij haar zaten terwijl ze ‘poetste’(…)”.

De bundel opent met haar Drentstalig gedicht, dat in 1929 al in het maandblad Drenthe had gestaan. In gepaard rijm, kenmerk van epiek, geeft de dichteres een vrije bewerking van een volksverhaal. In het gedicht zijn ook motieven uit de Oudgermaanse mythologieverwerkt. Over het demonische verschijnsel heeft de volkskundige J.R. Sinninghe opgemerkt: “De wilde Jacht wordt gehoord in de maanden, dat de schemering vroeg invalt, in najaar en winter, maar bovenal in het voorjaar. Dan klinkt hoog in de lucht de roep der trekvogels, die wel wat gelijkt op het blaffen van een talrijke meute jonge honden en wie op kijkt ziet vaak wolken voorbijgaan als fladderende mantels.”

Verder bevat de bundel verhalen, zowel in de streektaal als in het Nederlands. Interessant is, dat het bekende Ellert- en Brammert-verhaal in maar liefst drie variaties wordt naverteld. De bundel werd in 1945 in een uitgebreide editie herdrukt; hij verscheen toen onder de meer passende titel Drentsche Volksoverlevingen. Verzameld en naverteld door J.H. Bergmans-Beins (Van Gorcum & Comp. Te Assen). Jan Fabricius recenseerde de bundel in De Vrije Pers. Naar zijn mening was de grote verdienste van de schrijfster, ’dat zij geen stap buiten de oer-Drentse eenvoud heeft gedaan. Zó is het haar verteld, en zó geeft zij het weer. Hulde ook voor Hein Kray voor zijn even luchtige als rake pen-krabbels.’

Johanna Bergmans-Beins

Een opvoering van het toneelstuk Moeder wikt en 't wicht beschikt.

Johanna’s toneelstukken

Bergmans-Beins schreef ook enkele toneelstukken, zoals Moed’r wikt, en t’wicht beschikt. Vroolijk spel oet ‘t Drens boer’nleev’n. Dit is een blijspel in vier bedrijven voor drie mannen en vier vrouwen.

Hierin wilde weduwe Gerken Hillechien haar dochter Wilmtien aan haar neef, de oude vrijgezel Haarm Götmak’r, koppelen. Wilmtien wordt door haar moeder klein gehouden, maar op advies van haar tante Jaantien wordt ze samen met haar vriendin Grietien een poosje naar de stad gestuurd. Als stadse dames die ‘hooghaarlemmerdijks’ praten, keren de meisjes terug. Wilmtien wil nu geen boer meer als huwelijkspartner hebben. Nadat ze een tijdje bij haar tante doorgebracht heeft, wordt ze weer ‘normaal’. De wens van haar moeder wordt nu ook ingewilligd: ze zal met een boer trouwen, zij het niet met de oude sok Haarm, maar met Jans Lesschen, een jonge boerenzoon.

Over de opvoeringen van haar dramatisch werk is weinig bekend. Wel weten we dat Moed’r wikt door een spelersgroep van de Vereniging ‘Drenthe’ in Utrecht voor de eigen leden is opgevoerd. Het stuk werd ook door de rederijkerskamer Ees in Borger op een Nutsavond opgevoerd. Voorafgaand hield Bergmans- Beins een causerie over Drentse folklore.
In het spel Zorg’n en bliedschup wordt de oude boer Loeks Kamping voor een faillissement behoed door zijn broer Albert. Deze heeft in Amerika zijn boerderij verkocht en komt definitief naar Nederland. Daardoor kan Loeks Kamping met zijn gezin op ‘d plaos’ blijven wonen. Verder schreef ze nog Broedsvesiet bij Ebben Marchien, Hoe ‘t consultatiebureau tot bloei kwam, Trienmeui, Boervergadering, Gien loozer goed as mensken en Oprichting van de Afdeling van de Bond van Boerinnen en andere Plattelandsvrouwen te Zanddiek. Haar toneelwerk verscheen niet in druk en bevindt zich grotendeels in haar persoonlijk archief .

Nog meer op literair gebied

Ook in het literaire randgebeuren speelde ze een rol. In 1943 werkte ze mee aan de Podagristenherdenking en in 1945 was ze aanwezig bij de herdenking van 1000 jaar Drenthe. Organisator van deze evenementen was de studiekring D.H. van der Scheer, die zich na de oorlog geleidelijk omvormde tot Het Drents Genootschap. Hiervan werd ze lid en als zodanig heeft ze kort voor haar dood nog meegeholpen bij het uitschrijven van een prijsvraag voor een Drents volkslied.

Haar overlijden en de herdenkingsbijeenkomst

Ze overleed op 23 januari 1948 in Bussum en werd op 28 januari in Borger begraven. Het Drents Genootschap hield op 17 april 1948 een herdenkingsbijeenkomst in De Hertenkamp in Assen. Jan Naarding voerde het woord en wees nog eens met nadruk op de betekenis van de schrijfster voor de Drentse volkskunde en literatuur. Hij ging zelfs zo ver, te stellen dat men haar met Tiesing en de schilder Reinhart Dozy de Drie Podagristen van de twintigste eeuw zou kunnen noemen. En dat is een groot compliment.

Noten:

1 Bewerkte versie van een lezíng gehouden op 4 november 2006 tijdens de Harm Tiesíngdag te Borger. Zie voor uitgebreide biografische inÍormatie: H. Nijkeuter, geschiedenis van de Drentse literatuur,1816-1956. Assen 2003, 281- 291.

De media over Johanna Bergmans-Beins

Klik om de foto’s te vergroten.

Johanna Bergmans-Beins

Een krantenartikel over de herdenkingsbijeekomst ter ere van Johanna Bergmans-Beins

Johanna Bergmans-Beins

Jo haar literaire kwaliteit benoemd in een cursus Drents van Radio Noord e.a.

Johanna Bergmans-Beins

Een krantenartikel uit het NIeuwsblad van het Noorden van 23 april 1987

Links naar diverse websites over Johanna Bergmans-Beins

  • Marjanne Teunissen over Johanna Bergman-Beins (n.a.v. het boek Spraakmakende vrouwen) voor RTV Drenthe: link
  • De website Spraakmakende vrouwen: link
  • Huus van de Taol over Johanna Bergman-Beins: link
  • Krantenknipsel over Jo Beins – Nieuwsblad van het Noord 23-04-1987: link
  • Drents Archief over Johanna Bergman-Beins: link
  • Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis – Wie waren de eerste vrouwen in de Provinciale
    Staten? (2023): link
  • Dagblad van het Noorden (2021) Vrouwlijke straatnamen in Drenthe? Je moet goed zoeken, wil je ze vinden: link
  • Drenthe Toen over Johanna Bergman-Beins: link
  • Geheugen van Drenthe: link
  • Zie ook de beeldbank van het Drents Archief met de gehele fotocollectie van J. Bergmans-Beins: link
  • Drentse vertellers Mevr. J. Bergmans-Beins Het bloed kruipt waar ’t niet gaan kan Drenthe 1956: link