Mevr. J. Oudman-Kroeze (1893 – 1974) was boerin in de Ambachtsstraat in Borger, maar hield zich ook intensief bezig – en deed dat zeker niet onverdienstelijk! – met het schrijven van o.a. revues en gedichten. Onderstaande gedichten maken deel uit van de revue “Oorlog en Bevrijding”, in opdracht van de Oranjevereniging door haar geschreven in 1946.
Bevrijding
En zo kwam toen
de bange strijd.
We zagen niets
Maar hoorden des te meer.
En langzaam
kruipend ging de tijd
In bange, bange angst
zat ’t volk ter neer.
De middaguren gingen
traag voorbij.
De meesten zaten in de kelder.
Maar voor de avond viel
Klonk duidelijk en helder:
Er uit, er uit
Want de strijd is voorbij
We zijn weer vrij
Ongetwijfeld denkt mevr. Oudman hier aan de 12e april 1945, toen Borger werd bevrijd. Terwijl de granaten, afgevuurd vanuit Exloo, over het dorp gierden, zaten de meeste inwoners uit Borger inderdaad in kelders, in de boerderij achter hooi of stro of bang bijeen in de woonkamer te wachten op het uur van de bevrijding, dat tegen misschien vijf uur ’s middags kwam.
In onderstaand gedicht eert ze de ondergrondse verzetsstrijders, die hun leven gaven voor de vrijheid:
Onze helden
Er waren vele helden
Ze werkten in verborgenheid.
Hun namen hoorde men
maar zelden.
Toch streden zij een felle strijd.
Ze hebben het zwaarste werk verricht
En moedig was hun strijden.
Ze wezen de weg, hebben het pad verlicht
van het leger dat ons moest bevrijden.
Hun namen staan gegrift
Met onuitwisbaar stift
In boek van de historie
Ze gaven ’t allerhoogste goed
Hun leven en hun hartebloed
Voor onze vrijheid, onze glorie.
Neerland, wilt ge uw helden eren
Kniel dan in stille eerbied neer
Voor allen die nooit en nimmer wederkeren
Aan hen de allerhoogste eer.
Vrede
Ja volk, ’t is zo gesteld
De wereld wordt niet overwonnen
Deur geweld.
Moar deur overleg en redeneren
Moar dat is veur de grote heren.
Doar kum wij niet an te pas
Want as dat zo was
Dan was er niks te vrezen
En zöl er nooit geen oorlog wezen
Want deur hiel de wèreld giet een bee
O was het en bleef het toch vree.
De Hongerwinter 1945
Holland zag in Drentes land
Waar slechts heel weinig groeide
Men wist slechts vaag dat het bestond
En dacht dat er slechts heide bloeide
Op schrale dorre grond.
Maar toen de hongerwinter kwam
Met al zijn bange barre nood
Kwam zelfs het volk van Rotterdam
En Drenthe gaf hen brood.
Ja, Drenthe gaf met gulle hand
Voor ieder die kwam vragen
Zo stichtte men een hechte band
Die hopelijk nooit weer zal vervagen.
Want Oost en West en Zuid en Noord
Daar hoort een ieder groot en klein
Die tot het Nederlandse volk behoort
In wezen één te zijn.
0 reacties