1. Home
  2. |
  3. Tweede Wereldoorlog
  4. |
  5. Hongerwinter | Vluchtelingen
  6. |
  7. Vluchtelingen uit Limburg in Buinen

Vluchtelingen uit Limburg in Buinen

0 Reacties

Rond de jaarwisseling 1944/1945 werd in de grensstreek Limburg – Duitsland hevig gevochten. De frontlinie werd gevormd door de Maas. Het gebied tussen de Maas en de Duitse grens was het toneel van de strijd. In dat gebied lag de plaats Bergen. De bevrijding was aanstaande. Er vielen door de granaten veel burgerslachtoffers. De inwoners van Bergen liepen groot gevaar. Zij waren in Bergen niet meer veilig en moesten vluchten voor het oorlogsgeweld. Waarheen?  De Gemeente moest maar voor een oplossing zorgen. Dat viel niet mee. De groep vluchtelingen werd steeds maar weer verder gestuurd en kwam uiteindelijk in de Gemeente Borger terecht. In Buinen waren vele gastgezinnen bereid gevonden om de vluchtelingen onder te brengen. De groep bestond uit ca. 30 mensen.

Hierna volgt een (reis)verslag van de zusters Bets en Tiny Suikerbuik uit Bergen. De meisjes waren toen 16 jaar en 14 jaar. (Dit verslag, dat enigszins is bewerkt, is door de familie Van Gerner beschikbaar gesteld voor publicatie in de Zwerfsteen.)

Op 6 januari 1945 werd er omstreeks 9.00 uur door Duitse SS-ers bij ons (het gezin Suikerbuik in Bergen in Limburg) op de deur geklopt. Onze ouders kregen het bevel om direct hun huis te verlaten en naar elders te vertrekken. Ook andere mensen uit het dorp, waaronder onze broer en zijn vrouw met 2 kinderen, kregen dit bevel. Snel wat kleding en voedsel voor onderweg in koffers gepakt en toen zijn we samen met andere dorpelingen, een groep van circa 30 personen, lopend op weg gegaan naar een ongewisse verblijfplaats.

Het vroor 15 graden en er lag een dik pak sneeuw. De eerste tussenstop was in Siebengewald en vandaar door naar het Duitse Weeze. In Weeze sliepen we in een houtfabriek. In die fabriek waren Nederlandse jongens tewerkgesteld. Die jongens moesten hun brits, waar je op kon slapen,  afstaan aan ons. De volgende dag trok de karavaan naar Goch. In Goch woonde een oom van ons en daar hebben wij toen overnacht. We konden daar niet blijven omdat onze oom bang was dat hij als een verrader werd aangemerkt. Daarna ging de reis naar Kleve, een plaatsje aan de Rijn alwaar wij in een school hebben geslapen. Op de grond lag oud stro, waarop Russische krijgsgevangenen hadden gelegen. Het wemelde van de luizen.

Toen wij de volgende dag in Emmerich aankwamen, konden we vandaar met een boot de Rijn oversteken naar s’Heerenberg in Nederland. Wij waren blij dat we Nederlandse grond onder de voeten hadden en weer Nederlands konden praten met mensen. Wij kregen onderdak in café Jansen. s’Morgens konden wij ons een beetje wassen onder de kraan. Schone kleren aantrekken was er niet bij. Die hadden wij niet.

Van ’s Heerenberg gingen we naar Didam. Er lag veel sneeuw en het vroor nog stevig. Wij konden slapen boven een danszaal. Om warm te blijven sliepen wij in onze kleren. s’Morgens weer vroeg op. We kwamen die dag tot Doetinchem. Wij hebben daar met z’n vieren bij een schoolmeester in huis geslapen en kregen de volgende ochtend een heerlijk ontbijt met koffie.

Die morgen moesten we naar het station en konden toen met een goederentrein meereizen naar Deventer. We waren bang dat we op transport gesteld werden naar Duitsland. Gelukkig was dat niet zo. Onderweg stopte de trein een paar keer omdat er vliegtuigen laag over kwamen. Alhoewel er geschoten werd, kwam de trein gelukkig niet echt onder vuur.

Wij waren blij toen we na middernacht in het donker in Deventer aankwamen. We werden in een kerk gedropt en moesten slapen in de kerkbanken. Wie kon slapen op die harde banken had geluk. De moeders met kleine kinderen konden hun natte luiers drogen bij de kachel. Omdat de luiers niet werden gewassen, kwam er in de kerk een geweldige stank te hangen. De volgende dag op naar Raalte. In Raalte hebben we geslapen in een café. We zijn daar een paar dagen gebleven om wat op verhaal te komen. Het was tot dan al een zeer vermoeiende en spannende tocht geweest.

Daarna weer verder naar Ommen. We zaten inmiddels onder de luizen. Overal jeukte het. In Ommen hebben wij ons ondergoed uitgedaan, hebben ons gewassen zijn we “ontluisd”. Weer redelijk fris gingen we op weg naar Balkbrug. Daar werden we ondergebracht in een krank-zinnigengesticht. Wij hadden heel wat ellende meegemaakt, maar wat we daar zagen, was nog een graadje erger. Wij kregen er boterham met bruine bonen als beleg. Als je honger hebt, smaakt alles. Dus dit ging er in als koek.

Wij werden steeds verder van huis en haard verdreven. Waar naar toe? We trokken van de ene plaats naar de andere. Het leek wel of niemand ons wilde hebben. Van Balkbrug naar Hoogeveen. Dat was een heel eind. Onderweg gebeurde van alles. De geboorte van een baby. Oudere mensen die bezweken. Floor Thijs, die later in Buinen en Borger bleef wonen, kreeg verkering onderweg.

Een doffe ellende. We trokken steeds verder naar het Noorden. Van Hoogeveen naar Beilen. Van Beilen naar Assen. In Assen kregen wij brood en pap. Dat was feest. Dat hadden we een hele tijd niet gehad.

Van Assen gingen we naar Borger. In Borger werden we met een paardenwagen van Ab Trip naar ons eindstation gebracht.  En dat bleek Buinen te zijn. Eerst moesten Manne en Hein uitstappen. Daarna twee zusters van onze moeder. Die werden ondergebracht bij de familie Huiting. Toen waren wij aan de beurt.

Wij kwamen terecht bij de familie Van Gerner. De familie met hun oude oma stond ons al op te wachten. Na de eerste kennismaking kregen wij direct brood en warme melk. Oude oma zei: “Jullie hebben het vast koud. Ik zal gauw een kooltie in ’t stoofie doen”. Wij begrepen niet wat ze bedoelde. Toen we onze voeten op het stoofie zetten, kregen we direct warme voeten. Dat was een heerlijk gevoel na al die tijd dat we koude voeten hebben gehad.

We kregen een grote kamer met 2 bedsteden ter beschikking. Wat een luxe. Bedsteden hadden we nog nooit gezien. Dat was voor ons iets heel bijzonders. Al snel kregen we door hoe je daarin moest komen. Toen we voor ’t eerst in de bedstee kropen, moesten we heel hard lachen. Wat hebben we in die bedstede lekker geslapen.

Na wat aftasten over en weer gingen we ons op ons gemak voelen. Eerst was men bang dat wij gevluchte NSB-ers waren, maar dat was niet zo. We werden helemaal opgenomen in het gezin Van Gerner. Wij aten samen met hen aan tafel. We hielpen in de huishouding en werkten mee op de boerderij. Ieder kreeg zijn taak. Ook was er tijd om te spelen en we hebben ook ruzie gemaakt. ’s Avonds zaten we rond de kachel en deden dan vaak spelletjes. We gingen vroeg naar bed.

Er was geen stroom in Buinen. Iedereen zat ’s avonds bij kaarslicht. Pap Van Gerner had wel stroom. De gordijnen gingen ’s avonds stijf dicht. Niemand mocht weten dat er lamplicht was. De kaarsen stonden altijd op tafel. Als er iemand kwam dan werd snel het licht uitgedaan en werden de kaarsen aangestoken.

Iedere dag kwam een oude man uit de buurt langs om het nieuws te vertellen. Ze noemde hem “Het Bünensdagblad”. Wij waren katholiek en dat geloof kende men in Buinen niet. Je was gereformeerd, hervormd of niks. Achter het huis van de familie Marissen stond een klein gebouwtje dat als katholieke kerk dienst deed. ’s Zondags kwam er een pastoor uit Stadskanaal. Na de dienst ging hij vaak met ons mee naar de familie Van Gerner. Hij dronk dan met ons een kopje koffie en kreeg ook vaak verse melk en eieren mee naar huis.

Op 12 april 1945 werden wij bevrijd door de Polen. Iedereen was blij. Enkele weken na de bevrijding zijn wij weer naar Limburg teruggegaan. Onze huizen waren helemaal kapot geschoten. Het was goed geweest dat we bijtijds vertrokken waren.

Ondanks dat we ver van huis waren, hebben wij een goede, onvergetelijke tijd in Buinen gehad. We zijn vrienden geworden van de Van Gerners en voelen ons over en weer familie. Ieder jaar en zolang de gezondheid het ons toestaat,  komen wij een paar dagen in Buinen en komt de familie Van Gerner in Limburg.

Na alle ellende is de zon toch doorgekomen. Bedankt familie van Gerner voor jullie hartelijke opvang. Dat zullen wij nooit vergeten.

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en Google Privacy Policy en Servicevoorwaarden toepassen.

De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.

  • Auteur: Tinus Reitsema (april 2013)
  • Zwerfsteen 2013/2

Greetje den Ouden (evacue bij fam reitsema)

Janny Beenhakker (evacue)

De kinderen Brandsema (foto uit 1947). Vanaf links Bas, Piet, Tineke, Roelof en Annie. Bas werd bij Hulshof geplaatst, Piet bij slager Noorderveen, Tineke bij Hooiveld, Roelof bij Meijer en Annie bij bakker Jager.

Glas-in-lood-ramen: De barmhartige Samaritaan met de tekst: "Ik heb honger geleden en gij hebt mij te eten gegeven."