Ik heb op papier gezet wat ik mij nog herinner van de dagen rond de bevrijding. Wij woonden toen te Westdorp aan een zandweg even buiten Kolonie (nu het dorp Ellershaar), genummerd Westdorp G.40 Eeshoorn (ln oude acten ook wel Eesthoorn genoemd). De boerderij werd in in 1956 afgebroken in verband met de ruilverkaveling.
Het zijn flarden van de bevrijding die ik mij herinner. De datum weet ik niet meer zo goed, maar het was rond 10 april, de zondag voor de bevrijding toen wij bij prachtig mooi weer ’s middags rond het huis aan het blokgooien waren. Plotseling zagen wij iemand achter op het groenland in de sloten en bij de bosjes scharrelen. Gezinus Venema was er ook en die zei: “Het kan wel een ’tommie’ zijn, want hij heeft een rode baret op.” We gingen verder met het blokgooien en onverwachts kwam de soldaat met de rode baret achter de schuur vandaan met een grote revolver in de hand. Iedereen was van slag en stond als aan de grond genageld. Na wat heen en weer gepraat of wat daarvoor door ging, hebben wij hem toen maar mee naar binnen genomen. Daar haalde hij een papier te voorschijn waar in verschillende talen wat op stond te lezen. Hij wees ons aan of hij wat te eten kon krijgen en hij wilde graag ook wat meenemen. Moeder maakte hem wat te eten en gaf hem proviand mee. Nadien vertrok hij, zoals hij was gekomen, ons in verwarring achterlatend.
’s Maandags kwam Corrie, een neef uit Amsterdam, die een tijd bij ons heeft ingewoond, nadat hij even voor een boodschap bij Wieringh moest zijn, opgewonden bij ons terug. Hij vertelde dat er soldaten in het zandgat zaten, waarop vader Corrie waarschuwde daarover met niemand te praten. Pa sloot ’s avonds de blinden voor de ramen en buiten hoorden wij hem praten met een paar mannen. Even later kwam hij met vier soldaten binnen en die hebben toen ook weer eten meegekregen. Bij ons zijn ze niet weer geweest, wel bij Wieringh, die wat dichter bij het zandgat woonde. Achteraf bleken het Franse parachutisten te zijn die in Kolonie gedropt waren en zich schuilhielden in en om het zandgat. Dit alles was niet zonder gevaar. Spannend werd het nog even toen er bij Wieringh twee parachutisten in de kamer zaten te eten en er plotseling een aantal Duitse soldaten opdook. Wieringh die toevallig op dat moment naar buiten wilde gaan, zag ze aankomen. Door met stemverheffing te gaan praten probeerde hij de mensen in de kamer te waarschuwen. Dit signaal werd binnen gelukkig opgemerkt, zodat de aanwezige parachutisten door de andere deur en de nabijgelegen sloot konden ontsnappen. De Duitsers die op zoek waren naar gedropte parachutisten werden door Wieringh op het verkeerde been gezet en vertrokken weer, na eerst wat water te hebben gedronken. Wieringh had met de parachutisten afgesproken dat er niet om en in het huis geschoten werd. Misschien is het meer geluk dan wijsheid dat deze benauwde ogenblikken zo goed zijn afgelopen.
Een Duitse soldaat
Op de dag van de bevrijding kwam er een Duitse soldaat naar ons toe, die ons vroeg of hij zich bij ons mocht verstoppen. Hij vertelde dat hij uit Oostenrijk kwam. Zijn oom was naar Afrika gevlucht en hij was door de Duitsers opgepakt. Hij was pas 14 dagen in dienst en naar Holland gestuurd. Hij hoorde bij een groep Duitsers die iedere dag tussen Westdorp en Schoonloo patrouilleerde. In die tijd had hij uitgekeken waar hij zich het beste kon verstoppen als de Engelsen zouden komen. Toen de bevrijding naderde en er in de buurt schoten vielen, had hij het op een lopen gezet. Zijn commandant had hem nog teruggeroepen, maar hij was doorgerend en had zich toen bij ons in de schuur in het stro verstopt. Toen het schieten ophield, zijn wij weer naar buiten gegaan en toen kwam hij ook tevoorschijn. Hij had zijn geweer en munitie in het stro verstopt en ook wat van zijn kleren.
De bevrijders
Er kwamen uit de richting van de boerderij van Wieringh vier parachutisten aangelopen, die wij tegemoet liepen en een hand gaven. Toen ze de Duitse soldaat zagen die ons achtema was gelopen, wilden zij meteen gaan schieten, maar wij beduidden dat zij dat niet moesten doen. Zij hebben toen de Duitser (Oostenrijker) gevangen genomen en meegenomen. Later kwamen uit de richting van Westdorp nog van die kleine gevechtsvoertuigen waar we op mochten klimmen en een eind konden meerijden richting Wieringh.
Een dag of drie nadat wij bevrijd waren, kwamen er nog enkele soldaten met een paar Duitse gevangenen langs. De Duitsers hadden zich in het veld verstopt en hadden nog op de soldaten geschoten. Zij dronken bij ons nog wat water, want ze hadden dorst. Ook hebben ze het geweer van de eerste Duitse soldaat meegenomen dat bij ons was achtergelaten. De kogels van het geweer hadden wij in de sloot begraven.
Dit is wat ik mij nog van de bevrijding kan herinneren. Nog even dit ter afsluiting: Wij zijn eens op een avond met een p[aar versierde schepen vnuit Westdorp naar Borger gevaren en weer terug. Eén van de schippers kon harmonica spelen en zo hebben wij tot diep in de nacht feest gevierd in het laadruim van het schip.
0 reacties