Na het overlijden van mijn vader Jan Sanders op 21 februari 2000 kwam ik in op te ruimen kasten een paar dozen met persoonlijke bescheiden tegen, brieven, diploma’s, krantenknipsels en foto’s. Je laat alles door je handen gaan waarbij je je afvraagt, wat gooi ik weg en wat bewaar ik. Een moeilijke beslissing, het waren zijn herinneringen en hij had een reden om het te bewaren. Kijkend naar de foto’s zie je geschiedenis, geschiedenis dat een gezicht krijgt en weer gaat leven. Je vader als jongeman met een bos haar, je kunt het je nauwelijks voorstellen. Je vader als leerling op de Avondschool in Emmen in 1937 en als dienstplichtig soldaat.
Wat mij bijzonder intrigeerde waren tientallen foto’s van z’n militaire diensttijd; schietoefeningen op de Harskamp, parade in Tilburg en in uniform schaatsend op de ijsbaan in Naaldwijk. Zijn militair zakboek zat erbij en een op 2 september 1938 gedateerd getuigschrift waarin de Commandant van de 1e Compagnie- IIe bataljon van het Regiment Jagers verklaart, dat de dienstplichtig soldaat J.SANDERS van de lichting 1937 de eerste oefening op uitmuntende wijze heeft verricht. In mijn kinderjaren had ik dat document wel eens gezien, maar was daarna geheel uit mijn gezichtsveld verdwenen.
Ik wist dat hij als soldaat de mobilisatie en de oorlogsdagen had mee gemaakt, krijgsgevangen was geweest; maar uitgebreid over zijn militaire geschiedenis vertelt… nee, vader Jan was niet zo’n prater. Misschien speelde verdringing ook wel een rol.
Ik denk dat veel van mijn leeftijdsgenoten, dorpsgenoten, verhalen kennen over de soldatentijd van hun vader en dan met name over de oorlogsperiode 1940-1945 of de politionele acties in voormalig Nederlands Indië. Verhalen door vertellen in de directe lijn of van horen zeggen.
Het aangetroffen getuigschrift was voor mij en mijn zoon Vincent, de aanleiding om in de militaire geschiedenis van Jan Sanders te duiken, de “marsroute” van mijn vader vanaf zijn dienstplichttijd, de mobilisatie tot en met de gevangenneming door het Duitse leger op 15 mei 1940. De “ marsroute” werd een verhaal van een 22 jarige jongenman uit het zo rustige en vredige Buinen, die opeens terecht kwam in een wereld van oorlog en geweld.
Soldaat Jan Sanders werd op 23 maart 1937 als gewoon dienstplichtige van de lichting 1937 uit de Gemeente Borger onder lotingsnummer 179 buiten tegenwoordigheid opgeroepen en “ingelijfd” bij de Koninklijke Landmacht bij het Regiment Jagers. Buiten tegenwoordigheid wil zeggen dat hij zich niet direct hoefde te melden en uitstel kreeg van eerste oefening. Dit uitstel in de vorm van verlof werd in het militaire zakboek opgenomen met een handtekening van burgemeester Doornbos van de Gemeente Borger.
Op 18 oktober 1937 ging hij in werkelijke dienst voor eerste oefening en werd gelegerd in het Legerkamp Waalsdorp in Den Haag. Uit deze periode dateert bijgaande foto van het brandpiket, de brandwacht waar Jan Sanders deel van uitmaakte . De foto is gemaakt op het legerkamp Waalsdorp . Hij staat op de foto 2e van rechts. Op 29 maart 1938 werd hij overgeplaatst naar het 2e Regiment Jagers en gelegerd in de Generaal Majoor Kromhoutkazerne Tilburg.
Op 3 september 1938 ging hij met groot verlof en zat de vervulling van de militaire diensttijd erop. Hij zal er geen idee van hebben gehad dat hij nog geen jaar later opnieuw het soldaten pak aan moest trekken.
De ontwikkelingen in het land van onze Oosterburen en de retoriek van haar besnorde leider, leidde tot grote ongerustheid bij de politiek in Den Haag en het Opperbevel van de Nederlandse strijdkrachten. Ook het niet aanvalsverdrag dat Rusland en Duitsland in augustus 1939 sloten, het zgn. Molotov-Ribbentrop pact, droeg daar aan bij. De staat van het Nederlandse leger liet veel te wensen over en was op sommige terreinen zelfs deplorabel te noemen. Na de 1e wereld oorlog tot het einde van de jaren ’30 was het leger compleet verwaarloosd, niet in de laatste plaats door een langdurige economische recessie, maar net zo goed als onderdeel van bewust beleid. Er was in bepaalde politieke geledingen sprake van een pacifistische stroming. Het was het tijdperk van “het gebroken geweertje”, waarbij de gedachte leefde dat Nederland bij een volgende oorlog wel weer neutraal kon blijven, zoals in de 1e wereldoorlog . Er was in die periode, zo blijkt uit de literatuur, duidelijk sprake van flinke meningsverschillen en spanningen tussen de legerleiding en de politiek verantwoordelijke ministers. De Nederlandse land strijdkrachten konden in die jaren slechts mondjesmaat nieuw materieel aanschaffen.
Kort voor de Duitse inval op 1 september 1939 in Polen werd duidelijk dat Hitler ook zijn pijlen ging richten op landen in West Europa . Die dreiging kwam ook binnen bij de Nederlandse regering en legerleiding waarop werd besloten tot mobilisatie van de strijdkrachten over te gaan.
Mobilisatie
Op 28 augustus 1939 werd ’s middags om 13.00 uur in het ANP nieuws de mobilisatie aangekondigd en alle soldaten die tussen 1924 en 1938 in het leger waren gekomen moesten zich de volgende dag melden. In Nederland ontstond een soort volksverhuizing van ruim 200.000 mannen. De lastgeving opkomst met spoed gold ook voor mijn vader. Hij diende zich ”per spoor” te melden in de 1e gymnasium aan de Laan van Meerdervoort 37 in Den Haag, waar hij werd ingedeeld bij de Staf Regiment Jagers. Vanuit Den Haag werd hij direct getransporteerd naar Naaldwijk in het Westland en aldaar ingekwartierd.
Na de mobilisatie oproep werden zo’n 1500 militairen uit alle delen van het land gelegerd in het Westland. Zij werden ondergebracht in schoollokalen, veilinggebouwen en ook vond inkwartiering plaats bij particulieren. De militairen werden gelegerd in de plaatsen Naaldwijk, Monster en ‘s Gravenzande. De in het Westland gelegerde troepen maakten onderdeel uit van de Zuidfront Vesting Holland, gericht op verdediging van het regeringscentrum Den Haag , de vliegvelden Ypenburg , Ockenburg en de verbindinsgsroute van Rotterdam- Den Haag.
Mijn vader werd na de opkomst op de mobilisatie bestemming ingedeeld bij de 48e PAG Compagnie, onderdeel van het Regiment Jagers. PAG staat voor pantser afweer geschut, een wapensysteem bedoeld om pantserwagens en tanks uit te schakelen.
Het bestond uit een mobiel kanonnetje van 47 mm van Oostenrijks fabricaat van de firma Böhler, dat werd getrokken door een speciaal ontworpen artillerietrekker . De bemanning van een PAG bestond uit 7 man, een stuk commandant, een chauffeur en 5 man bediening. Elk stuk beschikte over ca. 400 brisant granaten. Het PAG geschut was destijds één van de nieuwste wapensystemen van het Nederlandse leger.
Op bijgaande foto staat de bemanning bij een PAG in stelling met mijn vader de meest rechts afgebeelde, geknielde soldaat.
Opmerkelijk is dat uit de personeelslijst van de 48e P.A.G. Compagnie ten tijde van de mobilisatie blijkt dat er bij de ongeveer 75 man van deze compagnie slechts 2 Drenten geplaatst waren ; mijn vader en een zekere J. Wassens, destijds woonachtig aan de Kerkstraat 97 in Beilen.
De oorlog
In de nacht van 9 op 10 mei 1940 ging operatie FALLGELB van start waarbij Duitse troepen tegelijkertijd Nederland, België en Noord Frankrijk binnen vielen. De oorlog was begonnen, ook voor mijn vader.
De 5 dagen oorlogsgeschiedenis van hem speelden zich in grote lijnen af in het gebied tussen Den Haag , Delft en Rotterdam. In dat gebied landden in de eerste uren van de aanval op Nederland duizenden parachutisten en honderden transportvliegtuigen vol Duitse militairen. Deze operatie kreeg onder de Duitsers codenaam “Fall Festung” mee. Doel was binnen één dag de regering en de militaire commandocentra uit te schakelen. Ook de bezetting van de drie vliegvelden Ypenburg en Ockenburg bij Den Haag en Valkenburg bij Leiden maakte onderdeel uit van de operatie
Om een beeld te krijgen naar het verloop van de oorlogsdagen en de inzet van de 48e PAG Compagnie werd naslag verricht in de archieven van Commissie Militaire Onderscheidingen 1948-49 en de Gevechtsverslagen meidagen 1940 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie ( NIMH)
Uit die verslagen blijkt dat de rond Den Haag gelegerde troepen met de geringe middelen waarover zij beschikten , moedig tegen een superieure overmacht hebben gestreden. De vuurgevechten van de Nederlandse soldaten vonden met name plaats met Duitse militairen van de 22 Luchtlandingsdivisie onder Generaal van Sponeck en de 7e luchtlandingsdivisie onder Generaal Student die met 430 transportvliegtuigen werden aangevoerd en door 250 jachtvliegtuigen en 200 bommenwerpers werden ondersteund. Bij vuurcontacten met Duitse parachutisten werden 4 manschappen van de compagnie van mijn vader gedood, waaronder de compagnies commandant de kapitein A. A. Schwing.
De primaire inzet van de Nederlandse militairen was gericht op uitschakeling en terugdringing van de Duitse soldaten die de 3 eerdergenoemde vliegvelden hadden veroverd. Dat betekende dat er in het gebied tussen Rotterdam, Den Haag en Leiden veel verplaatsingen plaats moesten vinden, waarbij met name de infanterie onderdelen het zwaar te verduren kregen. Bij herhaling werden op verschillende plaatsen gevechtsposities en stellingen ingenomen, die kort daarna weer werden verlaten.
Op 13 mei 1940 krijgen de 3 secties van de 48e PAG Compagnie het bevel stelling te nemen op Rijksweg 13 bij Delft en op 14 mei rond 11.00 uur volgt de marsorder; optrekken naar Rotterdam. Posities werden ingenomen in de randwijken Schiebroek en Overschie. Met name in Oversc hie vonden hevige vuurgevechten plaats. Die dag , rond 13.30 uur zijn de aan de rand van Rotterdam gelegerde Nederlandse troepen getuige van het bombardement op Rotterdam. Vader Jan had in mijn jeugdjaren er wel eens zeer summier over gesproken, verder dan “dat was wat” zonder in details te treden kwam hij niet. Op 14 mei 1940 rond 20.30 uur krijgen de sectiecommandanten van de 48e PAG Compagnie bericht dat het Nederlandse leger heeft gecapituleerd en dat zij zich dienen te onthouden van gevechtshandelingen.
Na 4 dagen was de oorlog voor vader Jan afgelopen. Vier zware , vermoeiende dagen, nagenoeg geen slaap, voortdurende vuurgevechten en verplaatsingen. Vier dagen van confrontatie met gewonde en gedode Nederlandse soldaten en als dieptepunt binnen gezichtsveld het bombardement op Rotterdam. De feitelijke overgave aan de Duitse troepen vond op 15 mei 1940 plaats bij Delft. De wapens en al het rijdend materiaal moesten worden ingeleverd . De troepen die zich hadden overgegeven kregen de krijgsgevangen status en moesten terugkeren naar hun kazerne. Na een krijgsgevangenschap van enige weken in een kampement In Naaldwijk en in Noordwijk, werd mijn vader net als alle dienstplichtige soldaten door de Duitsers naar huis gestuurd.
In mei 1943 werd vader Jan opgeroepen voor de Arbeidseinsatz in Duitsland. Maar omdat hij ondertussen werk had gevonden op de aardappelmeelfabriek Oostermoer In Gasselternijveen ( waar ook zijn vader Albert Sanders werkte) en dus werkzaam was in de voedselvoorziening , hoefde hij onder voorwaarden niet naar Duitsland.
Na de bevrijding heeft mijn vader nog enige maanden deel uitgemaakt van de BS ( Binnenlandse Strijdkrachten) , Gewest 3 Drenthe, District III Borger.
Jan Sanders kreeg op 25 september 1995 alsnog de draagmedaille, het Mobilisatie Oorlogskruis met oorkonde uit gereikt, als blijk van respect en waardering voor de inzet onder buitengewone moeilijke omstandigheden
De persoonlijke foto’s en de andere documenten van soldaat Jan Sanders, met respect “ Jager “ Sanders, werden voor mij een reis terug in de tijd. Literatuur onderzoek, contacten met nabestaanden en informatie van militaire historici leverden daarvoor een waardevolle bijdrage. De oorlogsdagen van Mei 1940 kwamen akelig dichtbij. Het leverde ook wel vragen op, vragen die ik vader Jan had willen stellen. Ik besefte weer de macht en kracht van herinneringen, dat ze in staat zijn het heden te vervormen en verdiepen en dat ze een brug zijn tussen wat was en is.
De foto’s heb ik weer opgeborgen in de mapjes waarin ik ze aantrof . Opruimen en weggooien is geen optie; vooralsnog blijven ze in de familie. De militaire documenten en foto’s gaan te zijner tijd naar de Historische Collectie Garderegiment Grenadiers en Jagers , waarbij soldaat “Jager” Jan Sanders weer een plaatsje krijgt tussen zijn dienst- en strijdmakkers.
0 reacties